Inflatie per land in de eurozone en je reële rendement
Inflatie in de eurozone was 3,8% in september 2026, Nederland 3,0% en Spanje 5,0%. Eén ECB-rente, zeven reële rendementen. Bereken jouw cijfer in 4 stappen.

De inflatie in de eurozone was 3,8% in september 2026, tegen 3,2% in augustus. Nederland kwam uit op 3,0%, het laagste cijfer van de grote euromarkten, en Spanje op 5,0%.
Op precies dezelfde portefeuille met 7% nominaal rendement houdt een Nederlandse belegger daardoor 3,9% reëel over en een Spaanse 1,9%. Bijna twee procentpunt verschil, zonder dat iemand een ander aandeel kocht. Zelfde broker, zelfde munt, zelfde centrale bank.
Inflatie per land in de eurozone is het cijfer dat op geen enkel portefeuilledashboard staat, ook niet op het onze. Je broker rekent nominaal. De supermarkt rekent reëel.
Wat reëel rendement precies is
Reëel rendement is het rendement van je portefeuille nadat je het effect van gestegen prijzen eruit haalt. Het antwoordt op een andere vraag dan nominaal rendement: niet hoeveel euro's erbij zijn gekomen, maar hoeveel je ervoor kunt kopen.
De formule is een deling, geen aftrekking:
reëel rendement = (1 + nominaal rendement) / (1 + inflatie) - 1
Aftrekken komt in de buurt bij lage percentages en gaat steeds verder mis als ze oplopen. Een nominaal jaar van 7% tegen de Spaanse 5,0% is 1,9% reëel, niet 2,0%. Op dit niveau kost de snelle versie je een tiende procentpunt. Op het niveau van de jaren zeventig kost hij je er een paar.
De lastigere vraag is welk inflatiecijfer je pakt. Neem dat van het land waar je het geld uitgeeft. Woon je in Utrecht en houd je een Amerikaanse ETF bij DEGIRO, dan is de Nederlandse HICP je deflator. Niet de Amerikaanse CPI en niet het gemiddelde van de eurozone.
Inflatie per land in de eurozone: de cijfers van september
Uit de flashschatting van Eurostat van 2 oktober 2026, met het reële rendement dat elk cijfer oplevert op een nominaal jaar van 7%:
| Land | Jaarinflatie HICP, sep 2026 | Reëel rendement bij +7% nominaal |
|---|---|---|
| Malta | 2,4% | 4,5% |
| Nederland | 3,0% | 3,9% |
| Duitsland | 3,3% | 3,6% |
| Frankrijk | 3,4% | 3,5% |
| Portugal | 3,6% | 3,3% |
| Eurozone | 3,8% | 3,1% |
| Italië | 4,1% | 2,8% |
| Spanje | 5,0% | 1,9% |
| Litouwen | 6,1% | 0,8% |
Het verschil tussen de beste en de slechtste plek in de EU om dezelfde euro aan te houden is 3,6 procentpunt reëel rendement. Dat is meer dan het verschil tussen een goedkoop en een duur indexfonds, meer dan het dividendrendement van de meeste portefeuilles, en meer dan de kosten waar beleggers hele weekenden aan besteden.
En het krijgt vrijwel geen aandacht, omdat het nergens op een scherm verschijnt.
Waarom één ECB-rente verschillende reële rendementen oplevert
De ECB houdt de depositorente sinds 16 september 2026 op 2,50%, met 2,65% voor de basisherfinancieringstransacties en 2,90% voor de marginale beleningsrente (de actuele ECB-rentetarieven). Eén rente, twintig landen. Het volgende rentebesluit valt op 29 oktober 2026 om 14.15 uur.
Het verschil zit in het mandje, niet in het beleid. Dit bewoog in september:
| Component | Sep 2026 | Aug 2026 |
|---|---|---|
| Energie | 18,8% | 14,3% |
| Diensten | 3,2% | 3,0% |
| Voeding, alcohol en tabak | 1,4% | 1,1% |
| Industriële goederen zonder energie | 1,1% | 1,2% |
Energie op 18,8% doet bijna al het werk, met Brent-olie boven de 108 dollar per vat. En energie is precies de component waar landen het meest van elkaar verschillen: het gewicht van brandstof en stroom in het mandje, het aandeel gereguleerde tarieven, de timing van nationale maatregelen en hoe snel groothandelsprijzen de energierekening bereiken. Diensteninflatie is per definitie binnenlands. De huren in Amsterdam en de huren in Vilnius bewegen niet samen, want het is niet dezelfde markt.
Het doel van 2% van de ECB geldt voor het geheel. Het was nooit een belofte dat jouw stad op 2% zou uitkomen. Dat onderscheid deed minder pijn toen het gemiddelde 2,1% was en elk land binnen een halve procentpunt lag. Bij 3,8% en een spreiding van 3,7 punten doet het er wel toe.
Box 3 rekent niet in reëel rendement
Hier zit het stuk dat alleen voor Nederlandse beleggers geldt. Box 3 belast een forfaitair rendement over je vermogen: een aangenomen percentage, los van wat je portefeuille werkelijk deed en volledig los van de inflatie. Een jaar met 3,0% prijsstijging en een vlakke beurs levert dus nog steeds een aanslag op.
De twee lagen stapelen op elkaar. De inflatie haalt eerst 3,0 procentpunt van je nominale rendement af, en de belasting grijpt daarna aan op een grondslag die met reëel rendement niets te maken heeft. In een matig beursjaar met deze inflatie kan je rendement na belasting en na prijsstijging negatief zijn terwijl je broker een groen cijfer laat zien.
Het voorstel voor 2028 verschuift die grondslag van forfaitair naar werkelijk rendement, maar niet naar reëel rendement. Ook dan belast de Belastingdienst nominale winst. We hebben uitgezocht hoe Nederlandse beleggers hun portefeuille nu al aanpassen op het nieuwe box 3 stelsel. En wie zich afvraagt waarom andere landen hier wel een fiscaal mandje voor hebben: een belastingvrije beleggingsrekening bestaat in Nederland nog niet.
Dit is geen fiscaal advies, en de regels verschillen per land.
Waar de schade zich concentreert: cash
Aandelen hebben tenminste een mechanisme om kosten door te rekenen. Cash heeft dat niet.
Met een depositorente van 2,50% betalen de betere eurospaarrekeningen en brokerrekeningen daar iets onder. Tegen de Nederlandse 3,0% verliest geld op zo'n rekening ongeveer 0,5% koopkracht per jaar. Tegen het eurozonegemiddelde van 3,8% is dat ongeveer 1,3%, en tegen de Spaanse 5,0% ongeveer 2,4%. Het bedrag op je scherm daalt nooit, en precies daarom valt het verlies niet op.
Nederland staat hier dus relatief goed. Een half procent per jaar is te dragen. Het is alleen geen nul.
Zo bereken je je reële rendement in 4 stappen
Twintig minuten, één keer per kwartaal.
- Pak je nominale totaalrendement, dividend inbegrepen. Alleen de koersverandering onderschat wat je verdiende. Houd je posities bij DEGIRO aan, dan importeert een tracker als Zune.Money je transactiebestand en rekent het totaalrendement inclusief dividend en kosten uit. Dat is het getal dat deze berekening nodig heeft.
- Neem de Nederlandse HICP over dezelfde periode. Eurostat publiceert begin elke maand een flashschatting en halverwege het definitieve cijfer. Laat de periode van je rendement en die van de inflatie samenvallen, anders betekent de uitkomst niets.
- Deel, trek niet af.
(1 + nominaal) / (1 + inflatie) - 1. Een jaar van 7% tegen de Italiaanse 4,1% is 2,8%, niet 2,9%. - Zet het naast je doel. Een reëel rendement zonder referentiepunt is een los cijfer. Vergelijk het met wat je plan aanneemt, of dat 4% reëel is, 5% reëel, of simpelweg meer dan nul.
Heeft je plan geen aanname over reëel rendement, dan is dat de nuttigere ontdekking.
Wat twee procentpunten doen over tien jaar
Neem 25.000 euro, 7% nominaal rendement en tien jaar.
Bij de Nederlandse inflatie van 3,0% is het reële tarief 3,88% en is de portefeuille ongeveer 36.600 euro aan koopkracht van vandaag waard. Bij de Spaanse 5,0% is het reële tarief 1,90% en is diezelfde portefeuille ongeveer 30.200 euro waard.
Een verschil van ruim 6.400 euro, ongeveer een kwart van de inleg, uit iets wat de belegger niet koos en niet kan beïnvloeden.
Wees eerlijk over wat dit rekenvoorbeeld is. De cijfers van september houden geen tien jaar stand. Spreidingen lopen terug en ze draaien om: Spanje zat grote delen van de jaren tien onder het gemiddelde van de eurozone. Het mechanisme is het punt, niet de voorspelling. Wil je je eigen aannames over uitkeringen doorrekenen, dan laat een dividendcalculator zien wat herbeleggen over dezelfde periode doet.
Wat je hieraan kunt doen
Niets hiervan is beleggingsadvies. Het zijn opties.
Je eigen inflatie verander je niet. Je kunt wel stoppen met meten tegen het verkeerde cijfer. Het gemiddelde van de eurozone vervangen door de Nederlandse HICP kost één opzoekactie en verandert wat je prestatie betekent.
Begin bij de cash. Dat is het enige deel van een portefeuille met een gegarandeerd negatief reëel rendement bij deze rentes, en meestal het makkelijkst te verplaatsen.
Haal terug wat terug te halen is. Buitenlandse dividendbelasting is een van de weinige posten die je zelf nog kunt beïnvloeden, en bij een reëel rendement van 3,9% weegt een paar tienden zwaarder dan bij 8%. We schreven op hoe je te veel ingehouden dividendbelasting op buitenlandse aandelen terugvraagt.
Bouw je verdeling niet om op één maandcijfer. Een stand van 3,8% is een reden om je reële rendement opnieuw te bekijken, niet om een plan voor twintig jaar te laten vallen. Inflatie die vooral uit energie komt, loopt er doorgaans weer uit zodra het basiseffect wegvalt.
Reken erop dat de belasting op nominale winst aangrijpt. De meeste Europese stelsels belasten de euro's, niet de koopkracht. Welke regels voor jou gelden, hangt van je woonland af, dus leg het voor aan een belastingadviseur voordat je iets verandert.
Houd het echte getal in beeld
Niemand volgt zijn reële rendement, omdat geen dashboard het laat zien. De broker toont een percentage, het percentage is groen, en het hoofd boekt het als vooruitgang. Dan komt er een cijfer van 3,8% langs dat er stilletjes het meeste weer afhaalt.
De oplossing kost één deling. Zorg eerst dat het nominale getal klopt: importeer je DEGIRO-bestand in Zune.Money en je hebt het totaalrendement inclusief dividend, over al je posities, op één scherm. Deel dat door de Nederlandse HICP, schrijf op wat eruit komt, en je weet iets wat de meeste beleggers in deze markt niet weten. Het gratis plan dekt de import en het rendementsoverzicht.
Veelgestelde vragen
Richt de ECB zich op de inflatie van elk euroland apart?
Nee. Het doel van 2% geldt voor de eurozone als geheel, gemeten met de samengestelde HICP. De ECB stelt één rente vast voor alle twintig lidstaten. Nationale inflatiecijfers kunnen jaren ver boven of onder dat gemiddelde liggen zonder dat het mandaat verandert.
Welk land in de EU heeft nu de hoogste inflatie?
In de flashschatting van september 2026 stond Litouwen bovenaan in de EU met 6,1%, gevolgd door Bulgarije met 5,6% en Luxemburg met 5,2%. Malta was het laagst met 2,4%. Van de grote markten liep Spanje voorop met 5,0%, en Nederland was daar het laagst met 3,0%.
Verlaagt inflatie mijn dividendinkomen?
Het verlaagt wat het inkomen koopt, niet het bedrag zelf. Een dividend van 500 euro komt volledig binnen, maar bij 3,0% inflatie koopt het wat een jaar eerder ongeveer 485 euro kocht. Uitkeringsgroei boven de Nederlandse inflatie houdt je reële inkomen gelijk of laat het stijgen.
Welk inflatiecijfer gebruik ik als ik in Nederland woon maar in dollars beleg?
De Nederlandse HICP. Reëel rendement meet koopkracht, en je geeft je geld uit waar je woont. De valutabeweging zit al in je rendement in euro's, dus die reken je niet twee keer mee. De Amerikaanse CPI is pas relevant als je dat geld in de Verenigde Staten gaat uitgeven.
Is hoge inflatie automatisch slecht voor aandelen?
Niet automatisch, en het hangt af van de oorzaak. Inflatie die uit energie komt, drukt de inkoopkosten van bedrijven en de bestedingen van consumenten, en dat zet marges onder druk. Bedrijven die prijzen kunnen verhogen zonder klanten te verliezen, rekenen het door. Over lange periodes hebben aandelen inflatie historisch verslagen, in een enkel jaar nooit betrouwbaar.


